De beste plek voor een vijver

Een vijver is een complete miniatuur- onderwaterwereld waar planten en dieren helemaal van elkaar afhankelijk zijn voor hun overleven, dus de omstandigheden moeten zo gemaakt worden dat alle levensvormen er maximaal in kunnen gedijen. Deels wordt dat bepaald door de vorm en uitvoering van de vijver, deels door de plaats van de vijver in de tuin, want er zijn situaties die u beter kunt vermijden.

vijver, zon en schaduw

Voor een goede groei en bloei hebben de meeste waterplanten – inclusief waterlelies – veel zonlicht nodig. Maak een vijver daarom altijd op een plek waar ’s zomers, als de planten flink groeien, de volle zon op staat. Voor een moerasje luistert dat minder nauw; er zijn heel wat schaduwverdragende moerasplanten, dus een moeras kunt u ook gedeeltelijk in de schaduw aanleggen.
Bij het bepalen van de hoeveelheid schaduw die op een bepaalde plek valt, moet u ook rekening houden met eventuele bomen die in de buurt staan. U kunt dit het best ’s zomers inschatten, als de bomen vol in blad staat. ’s Winters kunt u dit lang zo goed niet bepalen.
Ook met de schaduw die gebouwen werpen moet u rekening houden. Als ’s winters de zon laag staat, zullen bouwsels en bomen langere schaduwen werpen dan ’s zomers als de zon hoog staat. Leg liever geen vijver aan op een plek waar ook ’s zomers veel schaduw valt.

Beschutte plekken

Zorg dat de plek die u kiest zo beschut mogelijk ligt. Open, winderige plekken moet u vermijden, want de wind kan de oeverplanten beschadigen en bijvoorbeeld fonteinwater buiten de vijver blazen. Verder verdampt er veel meer water op een winderige plaats. Op een open plek is het bovendien meestal koeler dan in beschutte situaties; een vijver vriest er eerder dicht.
Maar als u voor een bepaalde beschutte plek kiest, moet u ook vaststellen of koude lucht er niet langer blijft hangen dan elders. Dat is vaak op laaggelegen plekken het geval. De grond blijft er langer bevroren dan in de rest van de tuin. Merkt u dat, kies dan toch een andere plek.

Grondwaterstand

Ook de grondwaterstand kan van invloed zijn op de keuze van de plek voor de vijver. Als het grondwater vlak onder het oppervlak zit, is misschien drainage mogelijk maar u kunt dan ook een natuurlijke vijver maken. Dat is in zo’n geval misschien wel zo handig. Een voorgevormde kunstvijver kan op zo’n plek gaan drijven en door het grondwater naar boven gedrukt worden. Ook folie gaat bol staan.
Om erachter te komen hoe diep het grondwater zit, moet u in een regenachtige periode een gat graven op de plek waar de vijver moet komen. Februari is daarvoor een prima tijd. De grond is dan goed vochtig. Als er op 50 cm. diepte al grondwater in het gat sijpelt, zult u moeten draineren of voor een andere plek kiezen.

Hellingen

Natuurlijk is een vijver op een helling mogelijk, maar als deze heel steil is moeten er mogelijk keermuurtjes gebouwd worden om grond en vijver op hun plaats te houden.
Bomen
U moet geen vijver maken onder of binnen de kroonomvang van bomen. Dit deels vanwege het vallende blad in de herfst, deels vanwege de wortelomvang van bomen. De groeiende wortels kunnen de vijver beschadigen. Bovendien doen vijverplanten het minder goed in de schaduw van bomen. Het blad van sommige bomen is giftig voor vissen. Het klinkt misschien gek, maar plant bijvoorbeeld geen treurwilg bij de vijver. Het rottende blad vormt gifstoffen waar vissen aan dood kunnen gaan en de wortels van deze bomen kunnen de vijver beschadigen. Pruimen en sierkersen moet ook zeker vermijden. In hun schors overwinteren luizen die waterlelies en succulente oeverplanten kunnen aantasten. Verder is de paardenkastanje berucht evenals goudenregen – met giftige peulen – en wintergroene Rhododendron’s en Taxus. Ook populieren kunt u beter ergens anders planten. Dat zijn sterk groeiende, dorstige bomen met een wijdvertakkend wortelgestel.

Water en elektriciteit

Het is heel belangrijk dat u de vijver gemakkelijk met water kunt vullen. Dat gebeurt niet alleen als de vijver klaar is en na schoonmaakbeurten, maar met name ’s zomers zult u vaak moeten bijvullen vanwege de verdamping.
Het is daarom handig om in de buurt van de vijver een (buiten)kraan te hebben of u moet gemakkelijk via een slang aan een binnenkraan water kunnen geven. Ook via regenwateropvang kan de vijver worden bijgevuld. Hoe u het ook doet, probeer altijd veel gesleep te voorkomen.
Ook een elektrische aansluiting vlak bij de vijver kunt u eigenlijk niet missen om pompen, verlichting e.d. van stroom te voorzien.

Buizen en kabels

Graaf nooit of heel voorzichtig op plekken waarvan u weet of vermoedt dat er drainage-, gas- of waterleidingbuizen in de grond zitten. Hetzelfde geldt voor elektriciteitskabels. Zulke kabels en buizen zijn snel beschadigd. Voorkom ongelukken.
Toegang tot de vijver
Uiteraard moet er een pad of paden naar de vijver leiden. Dat is niet alleen praktisch, maar een pad verbindt de vijver ook met de rest van de tuin, zeker als de omzomende beplanting die eenheid ondersteunt.

Vergroting van de vijver

Het lijkt misschien wat voorbarig om bij het eerste ontwerp al rekening te houden met een latere uitbreiding van de vijver, maar zo’n vergroting wordt vaker uitgevoerd dan u denkt. Een beetje langetermijnplanning mag dus best. Houd er rekening mee bij het kiezen van de plek, dan hoeft u later niet de hele tuinindeling te veranderen als het er toch van komt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*