Floww tegen straling

We zijn als Hollanders over het algemeen bijzonder nuchter van aard, al neemt dat niet weg dat we ook graag zoeken naar de oorzaak van bepaalde problemen of vervelende fenomenen waar we mee te maken hebben. Onderzoekers zijn er nog niet over uit of het schadelijk is, maar feit is dat we in ons leven te maken hebben met verschillende bronnen van elektromagnetische straling.

Diverse gezondheidsklachten met onbekende oorzaak

Daarnaast hebben we regelmatig te maken met gezondheidsklachten die we niet goed kunnen plaatsen, wanneer we gebruik maken van de traditionele diagnostiek. We hebben bijvoorbeeld regelmatig last van jeuk, duizeligheid of hoofdpij. Het komt daarnaast voor dat we slapeloos zijn, vermoeid raken of buikpijn en huiduitslag ontwikkelen, zonder dat hier aan de andere kant een duidelijke verklaring voor te geven valt. Het is van belang om goed rekening te houden met het nocebo-effect, het tegenovergestelde van het placebo-effect. Dit betekent dat de gezondheidsklachten nieuwe klachten veroorzaken, in plaats van deze oplossen.

Floww gaat strijd tegen straling aan

Wetenschappers doen veel onderzoek naar de gevolgen van elektromagnetische straling, op onze gezondheid. Het is nu echter nog niet goed mogelijk om tot een eenduidig antwoord te komen. Dat neemt aan de andere kant niet weg dat het met behulp van de producten van Floww al mogelijk is om de eventuele negatieve gevolgen tot een minimum te beperken. Het is al mogelijk om u er goed tegen te wapenen. Mocht uit onderzoek inderdaad blijken dat de straling een rol speelt bij de veroorzaking van gezondheidsklachten, dan heeft u met Floww wellicht een uitstekend product in handen om dit te voorkomen.

Geschiedenis van de trouwjurk

Dat trouwen de mooiste dag van je leven moet zijn weten we nu wel, maar waar komen trouwjurken eigenlijk vandaan en waarom trouwen we er eigenlijk in? Dat mensen trouwen bestaat al heel lang. Er wordt zelfs beweerd dat het eerste huwelijk een homohuwelijk was. En wel tussen Adam en Noach de aardsvaderen.

Waar komen trouwjurken vandaan

In de achttiende eeuw trouwden Egyptenaren voor het eerst in een witte trouwjurk maar verdween later weer. Toen kwamen er ook andere kleuren op de markt, waaronder zwart. Wat later ook weer verdween omdat dit tot de dood zou leiden. De kleur wit betekende maagdelijkheid en liefde en daar staat het tot heden nog steeds voor. Zo komt het dat er nog steeds vaak in wit getrouwd wordt.

Mode

De trouwjurk is in de loop van jaren erg veranderd. Tot de 20e eeuw was een trouwjurk een normale jurk. De bruid kocht de mooiste jurk die zij kon vinden binnen haar budget. Pas vanaf 1920 zijn wij witte trouwjurken gaan dragen. Momenteel trouwt ongeveer 90% van de bruiden in wit. Het materiaal is in loop der jaren ook veranderd. Tegenwoordig worden trouwjurken veelal gemaakt van kant, tule, zijde, satijn en voor de liefhebber bont. Overigens is het niet overal dat de vrouw in het wit gekleed gaat. In veel Aziatische landen wordt bijvoorbeeld overwegend rood gebruikt.

Sluier

veel dames dragen ook een sluier tijdens de trouwdag. Maar wat is de betekenis van de sluier eigenlijk? Hiervoor moeten we weer ver terug in de tijd. Vroeger was een hoofdbedekking een teken van onderdanigheid aan de man, een sluier dus ook. De vrouw droeg die om te laten zien dat de man belangrijker was. Er gaan echter ook geruchte dat de bruid een trouwsluier droeg om haar te beschermen van geesten die in de war zouden raken van haar schoonheid. Tegenwoordig is het puur een decoratie item.

De Germaanse wereld

De Noordelijke grensgebieden van het Romeinse rijk werden in de vierde en vijfde eeuw n.C. steeds kwetsbaarder voor aanvallen van buitenaf, met name door Germaanse stammen. Het jaar 406, waarin de Romeinen de Rijngrens moesten opgeven, geldt traditioneel als het jaar waarin definitief een einde kwam aan de Romeinse heerschappij in de Nederlanden. De terugtrekking van de Romeinen had tot gevolg dat in de gebieden langs de Rijngrens ook de Romeinse cultuur voor een groot deel verdween en vervangen werd door de Germaanse cultuur. De samenleving veranderde.

De Germaanse samenleving

De Germaanse samenleving had het karakter van een primitieve landbouwmaatschappij. Het land was verdeeld in gouwen met aan het hoofd een voorzitter van het gerecht en een vertegenwoordiger van de koning. Vanaf de zesde eeuw waren beide functies meestal verenigd in een persoon. In de derde eeuw had een aantal kleine Germaanse stammen zich aaneen gesloten tot grotere groepen. Geleidelijk gingen zich twee groeperingen duidelijk aftekenen: de Saksen en de Franken. Daarnaast wisten de Friezen zich in het noorden te handhaven.

Germaanse Koning en standen

De Germaanse koninkrijken, met het daarbij behorende koningschap, kunnen niet vergeleken worden met instituten van dezelfde naam in onze eigen tijd. Het Germaanse koninkrijk was niet bestendig, noch in tijd, noch in plaats. De koningen werden gekozen door een volksvergadering, een bijeenkomst van de vrije weerbare mannen. Soms was het koningschap voorbehouden aan leden van een bepaalde familie, maar bestond desalniettemin bij de gratie van het volk. De koning zorgde voornamelijk voor de contacten met de buitenwereld en dat betrof dan zowel de wereld van de goden als die van de mensen. In tijden van oorlog was hij meestal legeraanvoerder, hoewel voor die functie soms ook wel een ander persoon werd uitgekozen. Over interne aangelegenheden, zoals bijvoorbeeld de lokale rechtspraak, had hij niets te zeggen. Die werden door elke gemeenschap zelf geregeld. Sociaal gezien waren de Germaanse volken verdeeld in vier standen: de adel (bij de Franken niet erfelijk), de vrijen, de laten of ‘liten’ (vrijgelaten lijfeigenen) en de lijfeigenen. Alleen de mannen uit de twee hoogste standen hadden het recht om deel te nemen aan de, overigens slechts zelden bijeengeroepen, volksvergaderingen.

De Saksen, de Friezen en de Franken

De Germaanse Saksen bevolkten voornamelijk het oostelijk deel van Nederland. Het centrum van hun rechtsgebied lag echter buiten onze huidige landgrenzen, in het tegenwoordige Duitsland.

De Friezen, van oorsprong kolonisten die van de arme Drentse zandgronden waren weggetrokken, hadden zich eeuwenlang in hun terpengebieden kunnen handhaven. Al in de Romeinse tijd dreven zij op ruime schaal handel. Zij ruilden eigen producten als vee, huiden en wol tegen luxe goederen en soms ook wel tegen geld. De terpenbewoners uit de vierde en vijfde eeuw kenden dan ook een betrekkelijk hoge materiële beschaving in vergelijking met de bewoners van de rest van het land. Zij wisten het door hen bevolkte gebied uit de breiden in zuidelijke richting tot aan de grote rivieren en in de kuststreek zelfs tot aan Vlaanderen. In deze tijd verhandelden zij ook over heel Noordwest Europa het later zo beroemd geworden Friese laken. Het is overigens niet zeker of dit product zo genoemd werd omdat de Friezen het zelf maakten, of omdat ze het in Vlaanderen opkochten.

De Franken, gevestigd ten zuiden van de grote rivieren, maakten zich in de eeuwen na het vertrek ban de Romeinen meester van een groot grondgebied. De Frankische koning Clovis I, uit het huis van de Merovingers, die regeerde van 481-511, verwierf door talrijke oorlogen de heerschappij over heel Gallië, het gebied dat het huidige Frankrijk en Noord Italië omvat. Na zijn dood werd het rijk verdeeld onder zijn vier zonen, die echter geacht werden nauw samen te werken. Theodorik I was koning over het deel waartoe Zuid-Nederland behoorde. Dit werd Austrasie genoemd. Hoewel het onderdeel bleef van het Frankische rijk, kreeg de adel in dit gebied een steeds onafhankelijker positie. Dit gold met name voor het hoofd van de hofhouding, de hofmeier. Vanaf de zevende eeuw oefenden deze machtige ambtenaren, uit de familie van de Karolingers of Pippiniden, de feitelijke heerschappij uit voor de vrijwel machteloze Merovingers.

Prehistorie: van IJstijd tot IJzertijd

De eerste menselijke wezens leefden al tienduizenden jaren geleden. Over hen is maar heel weinig bekend. Er zijn bijna geen bronnen over hen te vinden. In die tijd die wij, wegens het ontbreken van geschreven bronnen, prehistorie noemen, wordt allereerst door de elkaar opvolgende ijstijden het karakter van het land in hoge mate beïnvloed. Door omstandigheden in de daaropvolgende tijdsperioden en de grondstoffen die mensen gaan gebruiken om te overleven ontstaan er nieuwe perioden die wij als bronstijd en ijzertijd aanduiden.

De ijstijden

Ongeveer 140.000 jaar geleden werd een deel van Nederland bedekt met een dikke ijslaag. Dat was gedurende de voorlaatste ijstijd, die duurde van circa 200.000 tot circa 130.000 v.C. De nog bestaande heuvelruggen in het deel van het land dat boven de grote rivieren ligt, zijn in die tijd ontstaan als stuwwallen die door het ijs omhoog werden gedrukt. In de volgende periode steeg, door het smelten van de ijskap, het zeewater aanmerkelijk. De door de gletsjers uitgeslepen dalen die tussen de heuvelruggen lagen stroomden vol water. Hoewel het niveau van de zeespiegel toen ongeveer gelijk was aan het huidige, is de kustlijn van toen voor ons onherkenbaar. Gedurende de laatste ijstijd, die duurde tot circa 10.000 v.C., drong het ijs weliswaar niet door tot Nederland, maar het landschap had het karakter van een onherbergzame toendra. Vanaf ongeveer 8.000 v.C. steeg de zeespiegel weer. Rond 3.000 v.C. lagen op de plaats van de huidige Noordzeekust weliswaar al strandwallen, maar grote delen van westelijk Nederland werden regelmatig overstroomd. Aan het begin van de jaartelling was dit westelijk deel nog vrijwel onbewoonbaar.

De vroegste bewoning

Van de vroegste bewoners van ons land weten we alleen iets door archeologische opgravingen. Voor zover bekend, woonden die oudste bewoners, ongeveer 150.000 jaar v.C., op de plaats waar nu de Utrechtse heuvelrug ligt. Deze mensen leefden van de jacht op grote dieren, zoals bijvoorbeeld het rendier, en van het verzamelen van bosvruchten en noten. Ze maakten gebruik van primitieve vuurstenen werktuigen, waarvan de vuistbijlen ons wel het bekendst zijn.

Nadat de vorming van het landijs in de voorlaatste ijstijd deze bevolking had verdreven zou het, voor zover wij nu weten, lange tijd duren voordat zich weer menselijke bewoners in ons land vertoonden. Dat gebeurde rond 9.000 v.C., en vermoedelijk was er toen nog geen sprake van een permanente vestiging. In Noord-Brabant zijn sporen ontdekt van wat waarschijnlijk een kampplaats van jagers was. De vuurstenen werktuigen van deze jagers waren van een veel grotere verfijndheid dan die van de allereerste bewoners. Van rond 7.000 v.C. dateren enkele stenen bijlen, gevonden in de Noordzee, halverwege Engeland, toentertijd begaanbaar land dat later weer overstroomde.

Deze oudere bewoners leefden nog steeds van noten en vruchten en van de opbrengst van jacht en visserij. Rond het jaar 5.000 v.C. hebben zich hier echter mensen gevestigd die reeds aan landbouw en vermoedelijk ook veeteelt deden. Zij woonden bij elkaar in enkele grote boerderijen in het zuiden van Limburg. Deze eerste bewoners van een vaste nederzetting worden Bandceramiekers genoemd, naar de wijze waarop zij hun aardewerk versierden. De Bandceramiekers maakten overigens, net als hun voorgangers, nog steeds gebruik van vuurstenen werktuigen. In het zuiden van Limburg zijn vuursteenmijnen gevonden, die gedurende meer dan vijf eeuwen in gebruik moeten zijn geweest.

De Trechterbeker- en de Klokbekercultuur

Van de prehistorische bewoners van Nederland resten ons soms, naast sporen van nederzettingen en ceramiek, ook begraafplaatsen. Bijzonder imponerend zijn de graven van het zogenaamde Trechterbekervolk. Deze graven, of eigenlijk grafkelders, worden hunebedden genoemd. Zij zijn opgebouwd uit een aantal grote zwerfkeien en waren oorspronkelijk afgedekt met zand. Het Trechterbekervolk leefde van landbouw en veeteelt, evenals de bewoners van de strandwallen langs de Noordzee en van het rivierenkleigebied.

Een hogere vorm van beschaving kenden al de Klokbekermensen. Hun sporen dateren van 2.000 v.C. Opgravingen hebben aangetoond dat zij al in staat waren tot het smeden van uit andere streken geïmporteerd koper. Omstreeks deze tijd raakten ook de eerste primitieve landbouwwerktuigen in gebruik. De ploegen waren weliswaar alleen geschikt voor het bewerken van lichte grondsoorten, maar ze betekenden toch een grote vooruitgang ten opzichte van het volledig handmatig bewerken van de grond. Betere landbouwmethoden betekenden veelal ook een grotere opbrengst en dus, uiteindelijk, groei van de bevolking.

De Bronstijd

De periode van 1900 tot 750 v.C. wordt voor Nederland aangeduid met de naam Bronstijd, omdat in deze tijd het gebruik van koperen en bronzen gebruiksvoorwerpen gangbaar is geworden. In deze periode deed ook de handel op internationale schaal zijn intrede als bestaansmiddel. In Drenthe is een fraai halssnoer opgegraven dat bestaat uit kralen van tin, afkomstig uit Cornwall barnsteen uit het Oostzeegebied en aardewerk uit Egypte. Aan het eind van de Bronstijd veranderde de dodencultus. De lijken werden niet langer begraven maar verbrand en in urnen bijgezet in speciaal daartoe bestemde urnenvelden. Bijgevoegde grafgiften wijzen erop dat de bewoners van het zuiden van ons land mogelijk van Keltische oorsprong waren, en die van het noorden van Germaanse afkomst.

De IJzertijd

Het gebruik van ijzer deed zijn intrede in Nederland rond 750 v.C. In deze tijd trokken ook kolonisten vanuit de hoge en veilige zandgronden van Drenthe naar de vruchtbare zeekleigebieden van Groningen en Friesland. Omdat deze gebieden, die als weilanden in gebruik waren, regelmatig overstroomd werden door de zee, brachten de veeboeren kunstmatige verhogingen aan, die wij kennen onder de naam van terpen of wierden, waarop tevens de boerderijen werden gebouwd. Dit is de vroegste vorm van verdediging tegen het opdringende zeewater. In later eeuwen lukte het de bevolking van ons land zich niet alleen defensief te wapenen tegen het water, maar ook om dit water metterdaad terug te dringen en land te winnen uit zee.

In de laatste eeuwen van de tijd wie wij prehistorie noemen, slaagden Germaanse stammen uit het noorden van Europa erin de Kelten steeds verder naar het zuiden terug te dringen, zodat bij de aanvang van de periode die we met geschreven bronnen kunnen documenteren, ons land voornamelijk bevolkt werd door stammen van Germaanse oorsprong, zoals de Friezen in het noorden en de Bataven langs de grote rivieren.

Het verhaal achter de Cuba crisis

Misschien is geen moment na de Tweede Wereldoorlog een derde wereldoorlog zo nabij geweest als tijdens de Cuba crisis. in oktober 1962. De wereld hoorde in die dagen maar weinig van wat er achter de schermen door de leiders van de VS en de SU werd besproken. Zowel in de VS als in de SU heeft maar een zeer kleine groep mensen invloed kunnen uitoefenen op de gebeurtenissen.

Revolutie in Cuba

In de jaren vijftig was Batista de dictator van Cuba. Zijn regime was corrupt en gehaat bij de bevolking. Amerikaanse zakenlui en de maffia maakten grote winsten, maar de bevolking leefde in miserabele omstandigheden. Batista werd eind 1958 met geweld verdreven door Fidel Castro en zijn revolutionaire kameraden. Castro was populair in de VS, maar toen hij suikerplantages en fabrieken (meestal in het bezit van Amerikanen) ging nationaliseren bekoelde dit enthousiasme. President Eisenhower verbood de invoer van Cubaanse suiker, het belangrijkste export- product van Cuba. De Sovjet- Unie besloot nu suiker uit Cuba aan te kopen en Cuba te voorzien van olie. Castro’s visies werden steeds communistischer en Cuba kwam in Amerikaanse ogen steeds meer onder Sovjet-invloed. In maart 1960 gaf Eisenhower zijn goedkeuring aan een CIA-plan voor een geheime invasie in Cuba door gevluchte Cubanen die nu in de VS woonden.

Invasie, 1961

Voor de nieuwe president Kennedy was een communistisch Cuba zo dichtbij de VS een zaak van eerste prioriteit. Zijn militaire staf adviseerde hem positief over de al geplande invasie. Ook Kennedy ging akkoord. Drie maanden na zijn aantreden vond die plaats in de Varkensbaai. De invasie verliep slecht. De Cubaanse bevolking kwam niet in opstand tegen Castro zoals was verwacht en Castro’s leger was in staat de invasie tot stilstand te brengen. De mislukking van de Varkensbaai was slecht voor Kennedy’s imago. Castro’s positie werd erdoor gesterkt. De Sovjet- Unie ging over tot militaire versterking van Cuba.

Raketten op Cuba

Op 15 oktober 1962 ontdekte de CIA op U2-foto’s dat er Russische raketten in Cuba waren gestationeerd. Raketten die Amerikaanse steden konden aanvallen met atoomwapens. Een directe bedreiging voor de VS. De adviezen die Kennedy kreeg om hierop te reageren waren heel verschillend: een directe luchtaanval op de raketbases in Cuba of militair niet ingrijpen en onderhandelen. Uiteindelijk besloot de president tot een gematigde reactie.

Er zou een blokkade rond Cuba komen. Amerikaanse schepen zouden elk schip dat Cuba naderde aanhouden voor onderzoek. Het voordeel van een blokkade was dat het tijd gaf om te kunnen onderhandelen met Moskou. En als de blokkade niet zou werken kon de VS altijd nog overgaan tot een aanval op Cuba. Op 22 oktober vertelde Kennedy zijn landgenoten in een tv-toespraak wat er aan de hand was en dat hij tot een blokkade had besloten.

Blokkade

De nadering van enkele Russische schepen van de blokkadegrens werd in het Witte Huis met spanning gevolgd. Op 24 oktober kwam het bericht dat zij waren gestopt. Chroesjtsjov liet weten dat een blokkade ‘onacceptabel’ was. Zijn schepen zouden de volgende morgen weer verder varen. In New York kwam de Veiligheidsraad in spoedzitting bijeen.

De Amerikaanse afgezant confronteerde de Sovjet-afgevaardigde voor het oog van de wereld met grote foto’s waarop duidelijk raketbases op Cuba waren te zien. Aan de blokkadegrens mochten enkele neutrale schepen doorvaren. Geheime onderhandelingen In het geheim bood Chroesjtsjov aan de raketten te verwijderen als de VS beloofde geen invasie op Cuba te plegen. Later verbond hij aan zijn aanbod de eis dat de VS zijn eigen raketten in Turkije zou verwijderen. Maar president Kennedy verwierp die laatste eis. Hij besloot publiekelijk alleen in te gaan op Chroesjtsjovs eerste aanbod. Beiden waren zich bewust van de vreselijke gevolgen als zij hun onderhandelingen niet vreedzaam konden beëindigen. Chroesjtsjov gaf toe. Na vijf bange dagen waarin de wereld aan de rand van een oorlog leek te leven, keerden de Sovjets hun schepen om. Een paar weken later waren de Sovjet- bases op Cuba ontmanteld, ondanks de hevige protesten van Castro. Drie maanden later werden de Amerikaanse raketten uit Turkije verwijderd. Wie had gewonnen? Gaf Kennedy teveel weg? Had Chroesjtsjov zich laten vernederen? Hadden ze allebei te fel gereageerd? of hadden ze juist wijs gehandeld en daardoor een nucleaire oorlog weten te voorkomen? Historici debatteren hier nog steeds over.

Nasleep van de Cuba crisis

De lessen die van deze crisis werden geleerd waren zeer verschillend. De Russen leerden dat ze in militair opzicht niet gelijk aan de VS konden zijn. Kennedy begreep dat hij minder fel van leer moest trekken tegen de SU.

Een jaar later ondertekenden beide supermachten in Moskou een verdrag over kernproeven. In 1964 werd Chroesjtsjov afgezet als secretaris-generaal van de Communistische Partij, misschien wel door de Cuba crisis. Tussen het Witte Huis en het Kremlin werd een directe telefoonlijn geïnstalleerd.