Verschillende soorten vijvers

Een waterwereldje is al op een klein plekje mogelijk; een dwergwaterlelie groeit al in een bak of kuip. En met een borrelsteen heeft u bewegend water in miniatuurvorm. Hoe meer ruimte u heeft, des te meer experimenten met vijvers, beekjes en watervallen er mogelijk zijn. Wat voor waterelement u ook kiest, deze moet altijd bij de rest van de tuin passen; een klassiek gevormde, formele vijver staat vreemd in een tuin met natuurlijke vormen en vice versa.

Water in de tuin

In de tuin kan water op allerlei manieren worden toegepast. Een formele vijver kan een centraal geplaatste blikvanger zijn, terwijl een natuurvijver of moeras vloeiend in de omgeving zal overgaan. Water kan ook als overgang tussen verschillende delen van de tuin functioneren: een beekje geeft een horizontale verbinding en een waterval knoopt verschillende niveaus aan elkaar.
Water is heel lang als ruimtescheppend element toegepast. Zelfs kleine waterpartijtjes kunnen een tuin al veel groter laten lijken, o.a. doordat de hemel en bijvoorbeeld bomen erin weerkaatst worden. Een nauwelijks begroeide vijver heeft een spiegelend oppervlak waarin beelden en planten weerkaatst worden.
Maar de suggestieve werking is nog groter: een grote klassieke vijver met opvallende fontein laat de tuin kleiner lijken, terwijl een miniem vijvertje dat gedeeltelijk achter heesters verscholen ligt, de tuin veel groter doe schijnen. Een lange, smalle beek die in de lengte door de tuin loopt, maakt de tuin langer; loopt zo’n beek in de breedte dan lijkt de tuin breder.
Vijvers kunnen strakke of natuurlijke vormen hebben. Tegenwoordig zijn Japanse vijvers en natuurvijvers zeer gewild.

Klassiek gevormde, formele vijvers

Zulke vijvers worden meestal als sierelement toegepast. Ze nemen vaak een centrale plaats in de tuin in. Het effect is maximaal als de beplanting tot een minimum beperkt wordt: een paar zorgvuldig gekozen waterlelies of een of twee groepjes planten. Vaak worden er kleurige vissen in uitgezet.
Klassiek gevormde vijvers passen in een ontwerp met rechte lijnen, barokke krullen en symmetrie: cirkels, ovalen, rechthoeken, vierkanten en andere geometrische vormen zijn dan geschikt. De vorm van de vijver moet terugkomen in andere tuinelementen; zorg ervoor dat de zijden van een rechthoekige vijver evenwijdig lopen met de richting van bijvoorbeeld muurtjes of borders in de directe omgeving.
Als de tuin met bogen en krullen vormgegeven is, ontwerp dan een vijver die deze vormen weerspiegelt; rechthoekige gazons en borders vragen om een rechthoekige vijvervorm. Maar u kunt ook contrasterende vormen toepassen: een ronde vijver kan heel goed in een tuin worden ingepast die qua vorm op vierkanten is gebaseerd. De materialen die u gebruikt, moeten harmoniëren met wat in de rest van de tuin is toegepast aan stenen en bestrating. Vierkante tegels rond een rechthoekige of vierkante vijver versterken deze vormindruk bijvoorbeeld, terwijl ‘wilde bestrating’ in zo’n situatie misstaat.

Verhoogde bouwsels

Verhoogd aangelegde vijvers hebben meestal een klassieke vorm en dienen vaak om iets aan het oog te onttrekken. Het zijn goede tuinelementen om verschillende niveaus met elkaar te verbinden en binnen een strakke vormgeving kunnen ze een centrale rol spelen, vaak met een fontein als middelpunt.
Verhoogde vijvers zijn zeer fraai op terrassen en patio’s. Het mooist is ze te bouwen uit materialen die in de bestrating of muren terugkomen. Verhoogde vijvers kunnen ook hellingen maskeren, vooral als ze naast een trappartij gesitueerd zijn.
Ambitieuze tuiniers zullen het niet bij rechthoekige of ronde vormen laten, maar een driehoekige of L- vormige vijver proberen. En het hoeft niet bij een enkele vijver te blijven: er kunnen series vijvers geconstrueerd worden die onderling verbonden zijn of apart staan. Gebruik liefst materialen die ook in de rest van de tuin zijn toegepast.
Een apart staande verhoogde vijver is ook ideaal voor mensen die aan een rolstoel zijn gekluisterd. Ze kunnen de vijver dan gemakkelijk van alle kanten benaderen en onderhouden.

Oostaziatische vijverstijlen

Een Japans of (algemeen) Oostaziatische waterelement in de tuin kan bestaan uit een ruisend en klaterend beekje dat van de ene kant van de tuin naar de andere stroomt, soms even onder grond verdwijnt, ergens ander weer opduikt, of het is een ondiep, stil spiegelend watertje in combinatie met wat zorgvuldig geplaatste stukken rots, steen of andere ornamenten en eventueel een bruggetje. Pas alleen Aziatisch aandoende planten toe.
Een Japanse vijver kan in een groot landschappelijk geheel worden opgenomen, liefst enigszins verborgen in een rotsachtige omgeving. Als de vijver voornamelijk voor het houden van vis bedoeld is, moet de vorm vlak en streng zijn met een paar zitplaatsen op de oevers. Minder klassiek ogend is een vijver met een glooiende oever uit kiezel- en grotere stenen, omzoomd met planten. In een klein tuintje kan zo’n vijver vlak bij het huis gesitueerd worden, zodat het huis erin weerspiegelt; de vorm van de vijver zou dan bij de lijnen van het huis kunnen aansluiten.

Vijvers in natuurlijke vorm

Een natuurlijk gevormde, dus informele vijver moet eruit zien of het een natuurlijk watertje is; met een rijke begroeiing en in harmonie met de rest van de tuin. Er kunnen allerlei soorten vis – ook inheemse – in uitgezet worden.
Zo’n natuurlijke vijver kan iedere vorm vertonen, maar rechte lijnen en scherpe hoeken horen daar niet bij. Gebruik liever bochtige vormen.
Terwijl een formele vijver een ding op zich is, is een natuurlijke vijver voornamelijk onderdeel van zijn omgeving, misschien overgaand in een moeras, een rotstuin of zelfs een border. De rest van de tuin bepaalt de ermee harmoniërende vorm van de vijver.

Moerasjes

Een moerasje staat meestal in direct contact met een natuurlijk gevormde vijver en helpt om die vijver of beek op een logische manier in de tuin te integreren. Er kunnen allerlei planten in groeien die van ‘natte voeten’ houden.
Het is mogelijk om een moeras in lichte schaduw aan te leggen. Er is een hele serie planten die zich daar lekker voelen. Maar het is beter om de plek ervoor zo te kiezen dat zeker de helft van het moeras in de volle zon ligt. Daar kan dan een nog gevarieerder plantenassortiment in groeien.
Een moerasje kan iedere vorm hebben, hoewel klassieke, strakke lijnen beter vermeden kunnen worden.

Natuurvijvers

De aanleg van natuurvijvers is enorm populair aan het worden. Het doel is om een zo natuurlijk mogelijk ogend geheel te creëren met een grote verscheidenheid aan leefwereldjes voor allerlei inheemse (water)planten en dieren. De beplanting moet vloeiend in de omgeving overgaan en er zeer natuurlijk uitzien met veel inheemse planten.
De vorm van een natuurvijver moet wel kloppen met de rest van de tuin. Natuurvijvers passen alleen bij natuurlijke tuinvormen, niet bij fraai gemaaide siergazons en strakke, formele vormen. Als u zo’n klassieke, formele tuin heeft, maar de natuurvijver dan in een apart tuingedeelte en scherm dit van de rest af met een haag of heesterborder.
Maak een natuurvijver op een zo rustig mogelijke plek. Is er natuurlijk water in of bij de tuin – bijvoorbeeld een sloot – gebruik dat dan. Inheemse planten verdragen wisselende waterstanden heel goed. Zo’n natuurlijk stuk water hoeft vaak alleen maar wat aangepast te worden om ideale leefmogelijkheden te bieden aan allerlei soorten insecten, vogels en kleine zoogdieren. Vaak zijn die al aanwezig.
Natuurvijvers zijn nooit strakgevormd en hebben een ondiepe oeverpartij met zand en kiezelstenen waar vogels en andere dieren gemakkelijk bij kunnen om te drinken en te baden.

Prehistorie: van IJstijd tot IJzertijd

De eerste menselijke wezens leefden al tienduizenden jaren geleden. Over hen is maar heel weinig bekend. Er zijn bijna geen bronnen over hen te vinden. In die tijd die wij, wegens het ontbreken van geschreven bronnen, prehistorie noemen, wordt allereerst door de elkaar opvolgende ijstijden het karakter van het land in hoge mate beïnvloed. Door omstandigheden in de daaropvolgende tijdsperioden en de grondstoffen die mensen gaan gebruiken om te overleven ontstaan er nieuwe perioden die wij als bronstijd en ijzertijd aanduiden.

De ijstijden

Ongeveer 140.000 jaar geleden werd een deel van Nederland bedekt met een dikke ijslaag. Dat was gedurende de voorlaatste ijstijd, die duurde van circa 200.000 tot circa 130.000 v.C. De nog bestaande heuvelruggen in het deel van het land dat boven de grote rivieren ligt, zijn in die tijd ontstaan als stuwwallen die door het ijs omhoog werden gedrukt. In de volgende periode steeg, door het smelten van de ijskap, het zeewater aanmerkelijk. De door de gletsjers uitgeslepen dalen die tussen de heuvelruggen lagen stroomden vol water. Hoewel het niveau van de zeespiegel toen ongeveer gelijk was aan het huidige, is de kustlijn van toen voor ons onherkenbaar. Gedurende de laatste ijstijd, die duurde tot circa 10.000 v.C., drong het ijs weliswaar niet door tot Nederland, maar het landschap had het karakter van een onherbergzame toendra. Vanaf ongeveer 8.000 v.C. steeg de zeespiegel weer. Rond 3.000 v.C. lagen op de plaats van de huidige Noordzeekust weliswaar al strandwallen, maar grote delen van westelijk Nederland werden regelmatig overstroomd. Aan het begin van de jaartelling was dit westelijk deel nog vrijwel onbewoonbaar.

De vroegste bewoning

Van de vroegste bewoners van ons land weten we alleen iets door archeologische opgravingen. Voor zover bekend, woonden die oudste bewoners, ongeveer 150.000 jaar v.C., op de plaats waar nu de Utrechtse heuvelrug ligt. Deze mensen leefden van de jacht op grote dieren, zoals bijvoorbeeld het rendier, en van het verzamelen van bosvruchten en noten. Ze maakten gebruik van primitieve vuurstenen werktuigen, waarvan de vuistbijlen ons wel het bekendst zijn.

Nadat de vorming van het landijs in de voorlaatste ijstijd deze bevolking had verdreven zou het, voor zover wij nu weten, lange tijd duren voordat zich weer menselijke bewoners in ons land vertoonden. Dat gebeurde rond 9.000 v.C., en vermoedelijk was er toen nog geen sprake van een permanente vestiging. In Noord-Brabant zijn sporen ontdekt van wat waarschijnlijk een kampplaats van jagers was. De vuurstenen werktuigen van deze jagers waren van een veel grotere verfijndheid dan die van de allereerste bewoners. Van rond 7.000 v.C. dateren enkele stenen bijlen, gevonden in de Noordzee, halverwege Engeland, toentertijd begaanbaar land dat later weer overstroomde.

Deze oudere bewoners leefden nog steeds van noten en vruchten en van de opbrengst van jacht en visserij. Rond het jaar 5.000 v.C. hebben zich hier echter mensen gevestigd die reeds aan landbouw en vermoedelijk ook veeteelt deden. Zij woonden bij elkaar in enkele grote boerderijen in het zuiden van Limburg. Deze eerste bewoners van een vaste nederzetting worden Bandceramiekers genoemd, naar de wijze waarop zij hun aardewerk versierden. De Bandceramiekers maakten overigens, net als hun voorgangers, nog steeds gebruik van vuurstenen werktuigen. In het zuiden van Limburg zijn vuursteenmijnen gevonden, die gedurende meer dan vijf eeuwen in gebruik moeten zijn geweest.

De Trechterbeker- en de Klokbekercultuur

Van de prehistorische bewoners van Nederland resten ons soms, naast sporen van nederzettingen en ceramiek, ook begraafplaatsen. Bijzonder imponerend zijn de graven van het zogenaamde Trechterbekervolk. Deze graven, of eigenlijk grafkelders, worden hunebedden genoemd. Zij zijn opgebouwd uit een aantal grote zwerfkeien en waren oorspronkelijk afgedekt met zand. Het Trechterbekervolk leefde van landbouw en veeteelt, evenals de bewoners van de strandwallen langs de Noordzee en van het rivierenkleigebied.

Een hogere vorm van beschaving kenden al de Klokbekermensen. Hun sporen dateren van 2.000 v.C. Opgravingen hebben aangetoond dat zij al in staat waren tot het smeden van uit andere streken geïmporteerd koper. Omstreeks deze tijd raakten ook de eerste primitieve landbouwwerktuigen in gebruik. De ploegen waren weliswaar alleen geschikt voor het bewerken van lichte grondsoorten, maar ze betekenden toch een grote vooruitgang ten opzichte van het volledig handmatig bewerken van de grond. Betere landbouwmethoden betekenden veelal ook een grotere opbrengst en dus, uiteindelijk, groei van de bevolking.

De Bronstijd

De periode van 1900 tot 750 v.C. wordt voor Nederland aangeduid met de naam Bronstijd, omdat in deze tijd het gebruik van koperen en bronzen gebruiksvoorwerpen gangbaar is geworden. In deze periode deed ook de handel op internationale schaal zijn intrede als bestaansmiddel. In Drenthe is een fraai halssnoer opgegraven dat bestaat uit kralen van tin, afkomstig uit Cornwall barnsteen uit het Oostzeegebied en aardewerk uit Egypte. Aan het eind van de Bronstijd veranderde de dodencultus. De lijken werden niet langer begraven maar verbrand en in urnen bijgezet in speciaal daartoe bestemde urnenvelden. Bijgevoegde grafgiften wijzen erop dat de bewoners van het zuiden van ons land mogelijk van Keltische oorsprong waren, en die van het noorden van Germaanse afkomst.

De IJzertijd

Het gebruik van ijzer deed zijn intrede in Nederland rond 750 v.C. In deze tijd trokken ook kolonisten vanuit de hoge en veilige zandgronden van Drenthe naar de vruchtbare zeekleigebieden van Groningen en Friesland. Omdat deze gebieden, die als weilanden in gebruik waren, regelmatig overstroomd werden door de zee, brachten de veeboeren kunstmatige verhogingen aan, die wij kennen onder de naam van terpen of wierden, waarop tevens de boerderijen werden gebouwd. Dit is de vroegste vorm van verdediging tegen het opdringende zeewater. In later eeuwen lukte het de bevolking van ons land zich niet alleen defensief te wapenen tegen het water, maar ook om dit water metterdaad terug te dringen en land te winnen uit zee.

In de laatste eeuwen van de tijd wie wij prehistorie noemen, slaagden Germaanse stammen uit het noorden van Europa erin de Kelten steeds verder naar het zuiden terug te dringen, zodat bij de aanvang van de periode die we met geschreven bronnen kunnen documenteren, ons land voornamelijk bevolkt werd door stammen van Germaanse oorsprong, zoals de Friezen in het noorden en de Bataven langs de grote rivieren.

Het verhaal achter de Cuba crisis

Misschien is geen moment na de Tweede Wereldoorlog een derde wereldoorlog zo nabij geweest als tijdens de Cuba crisis. in oktober 1962. De wereld hoorde in die dagen maar weinig van wat er achter de schermen door de leiders van de VS en de SU werd besproken. Zowel in de VS als in de SU heeft maar een zeer kleine groep mensen invloed kunnen uitoefenen op de gebeurtenissen.

Revolutie in Cuba

In de jaren vijftig was Batista de dictator van Cuba. Zijn regime was corrupt en gehaat bij de bevolking. Amerikaanse zakenlui en de maffia maakten grote winsten, maar de bevolking leefde in miserabele omstandigheden. Batista werd eind 1958 met geweld verdreven door Fidel Castro en zijn revolutionaire kameraden. Castro was populair in de VS, maar toen hij suikerplantages en fabrieken (meestal in het bezit van Amerikanen) ging nationaliseren bekoelde dit enthousiasme. President Eisenhower verbood de invoer van Cubaanse suiker, het belangrijkste export- product van Cuba. De Sovjet- Unie besloot nu suiker uit Cuba aan te kopen en Cuba te voorzien van olie. Castro’s visies werden steeds communistischer en Cuba kwam in Amerikaanse ogen steeds meer onder Sovjet-invloed. In maart 1960 gaf Eisenhower zijn goedkeuring aan een CIA-plan voor een geheime invasie in Cuba door gevluchte Cubanen die nu in de VS woonden.

Invasie, 1961

Voor de nieuwe president Kennedy was een communistisch Cuba zo dichtbij de VS een zaak van eerste prioriteit. Zijn militaire staf adviseerde hem positief over de al geplande invasie. Ook Kennedy ging akkoord. Drie maanden na zijn aantreden vond die plaats in de Varkensbaai. De invasie verliep slecht. De Cubaanse bevolking kwam niet in opstand tegen Castro zoals was verwacht en Castro’s leger was in staat de invasie tot stilstand te brengen. De mislukking van de Varkensbaai was slecht voor Kennedy’s imago. Castro’s positie werd erdoor gesterkt. De Sovjet- Unie ging over tot militaire versterking van Cuba.

Raketten op Cuba

Op 15 oktober 1962 ontdekte de CIA op U2-foto’s dat er Russische raketten in Cuba waren gestationeerd. Raketten die Amerikaanse steden konden aanvallen met atoomwapens. Een directe bedreiging voor de VS. De adviezen die Kennedy kreeg om hierop te reageren waren heel verschillend: een directe luchtaanval op de raketbases in Cuba of militair niet ingrijpen en onderhandelen. Uiteindelijk besloot de president tot een gematigde reactie.

Er zou een blokkade rond Cuba komen. Amerikaanse schepen zouden elk schip dat Cuba naderde aanhouden voor onderzoek. Het voordeel van een blokkade was dat het tijd gaf om te kunnen onderhandelen met Moskou. En als de blokkade niet zou werken kon de VS altijd nog overgaan tot een aanval op Cuba. Op 22 oktober vertelde Kennedy zijn landgenoten in een tv-toespraak wat er aan de hand was en dat hij tot een blokkade had besloten.

Blokkade

De nadering van enkele Russische schepen van de blokkadegrens werd in het Witte Huis met spanning gevolgd. Op 24 oktober kwam het bericht dat zij waren gestopt. Chroesjtsjov liet weten dat een blokkade ‘onacceptabel’ was. Zijn schepen zouden de volgende morgen weer verder varen. In New York kwam de Veiligheidsraad in spoedzitting bijeen.

De Amerikaanse afgezant confronteerde de Sovjet-afgevaardigde voor het oog van de wereld met grote foto’s waarop duidelijk raketbases op Cuba waren te zien. Aan de blokkadegrens mochten enkele neutrale schepen doorvaren. Geheime onderhandelingen In het geheim bood Chroesjtsjov aan de raketten te verwijderen als de VS beloofde geen invasie op Cuba te plegen. Later verbond hij aan zijn aanbod de eis dat de VS zijn eigen raketten in Turkije zou verwijderen. Maar president Kennedy verwierp die laatste eis. Hij besloot publiekelijk alleen in te gaan op Chroesjtsjovs eerste aanbod. Beiden waren zich bewust van de vreselijke gevolgen als zij hun onderhandelingen niet vreedzaam konden beëindigen. Chroesjtsjov gaf toe. Na vijf bange dagen waarin de wereld aan de rand van een oorlog leek te leven, keerden de Sovjets hun schepen om. Een paar weken later waren de Sovjet- bases op Cuba ontmanteld, ondanks de hevige protesten van Castro. Drie maanden later werden de Amerikaanse raketten uit Turkije verwijderd. Wie had gewonnen? Gaf Kennedy teveel weg? Had Chroesjtsjov zich laten vernederen? Hadden ze allebei te fel gereageerd? of hadden ze juist wijs gehandeld en daardoor een nucleaire oorlog weten te voorkomen? Historici debatteren hier nog steeds over.

Nasleep van de Cuba crisis

De lessen die van deze crisis werden geleerd waren zeer verschillend. De Russen leerden dat ze in militair opzicht niet gelijk aan de VS konden zijn. Kennedy begreep dat hij minder fel van leer moest trekken tegen de SU.

Een jaar later ondertekenden beide supermachten in Moskou een verdrag over kernproeven. In 1964 werd Chroesjtsjov afgezet als secretaris-generaal van de Communistische Partij, misschien wel door de Cuba crisis. Tussen het Witte Huis en het Kremlin werd een directe telefoonlijn geïnstalleerd.

De mythe van het juiste antwoord

Wie een vraag stelt verwacht een antwoord. Zo simpel is het. Maar of dat antwoord afdoende kan zijn hangt af van welke vraag gesteld wordt.

Natuurwetenschap

Bij natuurwetenschappelijke vragen is de kans op een afdoende antwoord het grootst, aangezien de fysieke wereld tot op zekere hoogte betrouwbaarder of voorspelbaarder is dan de sociale wereld. Ook al bestaat er bijvoorbeeld geen absolute zekerheid over de afstand van de aarde naar de maan of over de ouderdom van een opgegraven skelet, over de meeste eigenschappen van onze fysieke wereld zijn we het in grote lijnen wel met elkaar eens. In de natuurwetenschappen is het dus mogelijk om het juiste antwoord te vinden.

Menselijk gedrag

Bij vragen over het menselijk gedrag ligt dit anders. De oorzaken van het menselijk gedrag zijn zo complex dat we vaak alleen maar kunnen vermoeden waarom mensen zich zus of zo gedragen. Daar komt nog bij dat het ons niet koud laat hoe het menselijk gedrag verklaard wordt. We hechten er aan dat zulke verklaringen – bijvoorbeeld voor een stijging van de werkeloosheid of voor de oorzaken van kindermishandeling – in overeenstemming zijn met onze eigen opvattingen. In discussies over menselijk gedrag brengen we namelijk altijd onze eigen normen en waarden mee en verzetten we ons vaak tegen standpunten die hiermee in strijd zijn.

Omdat het menselijk gedrag zo complex en controversieel is, leveren onze vragen hierover geen zekere maar slechts waarschijnlijke kennis op. Als we bijvoorbeeld over alle bewijzen beschikten dat lichaamsbeweging heilzame effecten heeft op onze geestelijke gezondheid, dan nog zouden we geen absolute zekerheid over die effecten hebben. In de gedragswetenschappen is het dus vaker niet dan wel mogelijk om het juiste antwoord te vinden.

Het juiste antwoord?

Ongeacht welke vragen gesteld worden, kritisch denken heb je vooral nodig bij brandende kwesties waarover weldenkende mensen van mening verschillen. Deze kwesties zijn juist daarom zo interessant omdat er verschillende standpunten mogelijk zijn die allemaal met goede argumenten te verdedigen zijn.

Bij maatschappelijke kwesties zul je zelden een standpunt tegenkomen waarvan je kunt zeggen: ‘Dit is het enige juiste standpunt in deze kwestie.’ Als dat namelijk het geval was, zouden weldenkende mensen niet over maatschappelijke kwesties debatteren.
Ook zul je bij maatschappelijke kwesties nooit het enig juiste antwoord vinden. Het is belangrijk om, afhankelijk van de aard van het probleem en de informatie die voorhanden is, naar een zo goed mogelijk antwoord te zoeken. Er komt namelijk een moment waarop je een standpunt moet innemen, ook al ben je nog niet helemaal zeker van je zaak. Bovendien is er vaak onvoldoende tijd en gelegenheid om alle feiten boven tafel te krijgen die je voor jouw standpunt nodig hebt. Als iemand over pijn op de borst klaagt en vraagt of jij hem naar het ziekenhuis wilt brengen, is het toch ook niet verstandig om eerst alle juiste vragen te stellen!

De beste plek voor een vijver

Een vijver is een complete miniatuur- onderwaterwereld waar planten en dieren helemaal van elkaar afhankelijk zijn voor hun overleven, dus de omstandigheden moeten zo gemaakt worden dat alle levensvormen er maximaal in kunnen gedijen. Deels wordt dat bepaald door de vorm en uitvoering van de vijver, deels door de plaats van de vijver in de tuin, want er zijn situaties die u beter kunt vermijden.

vijver, zon en schaduw

Voor een goede groei en bloei hebben de meeste waterplanten – inclusief waterlelies – veel zonlicht nodig. Maak een vijver daarom altijd op een plek waar ’s zomers, als de planten flink groeien, de volle zon op staat. Voor een moerasje luistert dat minder nauw; er zijn heel wat schaduwverdragende moerasplanten, dus een moeras kunt u ook gedeeltelijk in de schaduw aanleggen.
Bij het bepalen van de hoeveelheid schaduw die op een bepaalde plek valt, moet u ook rekening houden met eventuele bomen die in de buurt staan. U kunt dit het best ’s zomers inschatten, als de bomen vol in blad staat. ’s Winters kunt u dit lang zo goed niet bepalen.
Ook met de schaduw die gebouwen werpen moet u rekening houden. Als ’s winters de zon laag staat, zullen bouwsels en bomen langere schaduwen werpen dan ’s zomers als de zon hoog staat. Leg liever geen vijver aan op een plek waar ook ’s zomers veel schaduw valt.

Beschutte plekken

Zorg dat de plek die u kiest zo beschut mogelijk ligt. Open, winderige plekken moet u vermijden, want de wind kan de oeverplanten beschadigen en bijvoorbeeld fonteinwater buiten de vijver blazen. Verder verdampt er veel meer water op een winderige plaats. Op een open plek is het bovendien meestal koeler dan in beschutte situaties; een vijver vriest er eerder dicht.
Maar als u voor een bepaalde beschutte plek kiest, moet u ook vaststellen of koude lucht er niet langer blijft hangen dan elders. Dat is vaak op laaggelegen plekken het geval. De grond blijft er langer bevroren dan in de rest van de tuin. Merkt u dat, kies dan toch een andere plek.

Grondwaterstand

Ook de grondwaterstand kan van invloed zijn op de keuze van de plek voor de vijver. Als het grondwater vlak onder het oppervlak zit, is misschien drainage mogelijk maar u kunt dan ook een natuurlijke vijver maken. Dat is in zo’n geval misschien wel zo handig. Een voorgevormde kunstvijver kan op zo’n plek gaan drijven en door het grondwater naar boven gedrukt worden. Ook folie gaat bol staan.
Om erachter te komen hoe diep het grondwater zit, moet u in een regenachtige periode een gat graven op de plek waar de vijver moet komen. Februari is daarvoor een prima tijd. De grond is dan goed vochtig. Als er op 50 cm. diepte al grondwater in het gat sijpelt, zult u moeten draineren of voor een andere plek kiezen.

Hellingen

Natuurlijk is een vijver op een helling mogelijk, maar als deze heel steil is moeten er mogelijk keermuurtjes gebouwd worden om grond en vijver op hun plaats te houden.
Bomen
U moet geen vijver maken onder of binnen de kroonomvang van bomen. Dit deels vanwege het vallende blad in de herfst, deels vanwege de wortelomvang van bomen. De groeiende wortels kunnen de vijver beschadigen. Bovendien doen vijverplanten het minder goed in de schaduw van bomen. Het blad van sommige bomen is giftig voor vissen. Het klinkt misschien gek, maar plant bijvoorbeeld geen treurwilg bij de vijver. Het rottende blad vormt gifstoffen waar vissen aan dood kunnen gaan en de wortels van deze bomen kunnen de vijver beschadigen. Pruimen en sierkersen moet ook zeker vermijden. In hun schors overwinteren luizen die waterlelies en succulente oeverplanten kunnen aantasten. Verder is de paardenkastanje berucht evenals goudenregen – met giftige peulen – en wintergroene Rhododendron’s en Taxus. Ook populieren kunt u beter ergens anders planten. Dat zijn sterk groeiende, dorstige bomen met een wijdvertakkend wortelgestel.

Water en elektriciteit

Het is heel belangrijk dat u de vijver gemakkelijk met water kunt vullen. Dat gebeurt niet alleen als de vijver klaar is en na schoonmaakbeurten, maar met name ’s zomers zult u vaak moeten bijvullen vanwege de verdamping.
Het is daarom handig om in de buurt van de vijver een (buiten)kraan te hebben of u moet gemakkelijk via een slang aan een binnenkraan water kunnen geven. Ook via regenwateropvang kan de vijver worden bijgevuld. Hoe u het ook doet, probeer altijd veel gesleep te voorkomen.
Ook een elektrische aansluiting vlak bij de vijver kunt u eigenlijk niet missen om pompen, verlichting e.d. van stroom te voorzien.

Buizen en kabels

Graaf nooit of heel voorzichtig op plekken waarvan u weet of vermoedt dat er drainage-, gas- of waterleidingbuizen in de grond zitten. Hetzelfde geldt voor elektriciteitskabels. Zulke kabels en buizen zijn snel beschadigd. Voorkom ongelukken.
Toegang tot de vijver
Uiteraard moet er een pad of paden naar de vijver leiden. Dat is niet alleen praktisch, maar een pad verbindt de vijver ook met de rest van de tuin, zeker als de omzomende beplanting die eenheid ondersteunt.

Vergroting van de vijver

Het lijkt misschien wat voorbarig om bij het eerste ontwerp al rekening te houden met een latere uitbreiding van de vijver, maar zo’n vergroting wordt vaker uitgevoerd dan u denkt. Een beetje langetermijnplanning mag dus best. Houd er rekening mee bij het kiezen van de plek, dan hoeft u later niet de hele tuinindeling te veranderen als het er toch van komt.

Bewegend water bij een vijver

Bewegend water, in de vorm van fonteinen, waterlopen, beekjes en watervallen, past zowel in klassieke als natuurlijk gevormde tuinen. Het hoe en wat hangt af van uw smaak.

Bewegend water; Fonteinen

Fonteinen worden het meest in klassiek gevormde tuinen toegepast. Alleen de meest eenvoudige staan m.i. mooi in natuurlijke tuinen.
Er zijn twee soorten fonteinen: exemplaren die waterstralen in allerlei figuren de lucht inwerpen en andere (vaak beelden) waar het water eenvoudig uit spuit. Het mooist zijn ze (vooral de figuurfonteinen) vanaf het noorden te bekijken omdat de instralende zon dan allerlei regenbogen in de waternevel vormt.
Wind kan lastig zijn bij fonteinen, behalve de allerkleinste. Installeer een fontein altijd op een beschutte plek, anders worden de waterstralen gemakkelijk buiten de vijver geblazen.
In kleine tuinen kunnen het best eenvoudige fonteinen worden toegepast; ingewikkelde ‘waterspelen’ alleen in grote, formele tuinen. Zet spuitende beelden van mensen zo natuurlijk mogelijk neer: zet bijvoorbeeld een badend meisje aan de rand van de vijver en een baardige Neptunus er middenin. Dingen als vazen en schelpen kunnen ook in een natuurlijk gevormde omgeving, bijvoorbeeld enigszins nonchalant tussen planten. Ronde vijvers zijn heel geschikt voor abstract vormgegeven beelden. Waterspuwers en muurfonteinen kunnen midden voor een terras- of patiomuur worden geplaatst, of zomaar ergens in een onverwacht hoekje. Ook in serres komen ze goed tot hun recht.
Waar de fontein precies in de vijver komt, hangt van de vorm daarvan af. Is de vijver halfcirkelvormig, dan komt de fontein vaak het mooist middenachter tot z’n recht; in een ronde vijver komt de fontein in het midden.

Bewegend water; Beekjes en slootjes

Een beek of slootje trekt van begin tot eind de aandacht; hoe strakker het ontwerp, des te klassieker is het effect.
Een kunstmatig beekje in een tuin moet een logisch verloop hebben. Het moet ergens opborrelen en op een natuurlijk manier ergens anders heen stromen. Een natuurlijk effect ontstaat door een bochtig verloop, tussen planten door en om obstakels heen. Zo’n beekje moet heel harmonieus in de tuin zijn opgenomen; u graaft het in de bestaande omgeving uit of u past de omgeving er zo bij aan dat het geheel weer natuurlijk oogt.
Slootjes zijn meestal nogal rechtlijnig en werken goed als verbindend element tussen verschillende delen van de tuin. Anders dan beekjes, hoeft een slootje niet zo bij de tuin te passen: het is een vorm op zich. Om het water te laten stromen, al is het nog zo weinig, moet het verloop iets hellend zijn.

Watervallen en stroomversnellingen

Er zijn twee soorten watervallen: de soort waarbij het water over een rand recht naar beneden stort en de andere – in feite een stroomversnelling – waarbij het water versneld tussen wat rotsblokken doorstroomt. Een hele serie watervallen als een trap achter elkaar is een klassiek tuinelement, maar als deze tussen de begroeiing door en over rotsen heen speels verloopt, geeft dat een heel natuurlijk effect.
Het belangrijkste bij het installeren van een waterval of stroomversnelling is, dat het verval groot genoeg is om het water natuurlijk te laten stromen. Net als een natuurlijk beekje moet ook een waterval er als een logisch deel van het landschap uitzien.
Een heel dramatisch effect geeft een waterval waarbij het water van een flinke hoogte van de ene vijver in de andere terechtkomt. Dat zijn echte blikvangers in een tuin, terwijl een wat minder prominente stroomversnelling veel natuurlijker en beter uitkomt in een wat rustige hoek. Heel klassiek is een serie verhoogde vijvers op steeds stijgend niveau of in verdwijnend perspectief, waarin het water van de ene in de andere vijver overloopt.

Kuipen

Een vijvertje is in iedere niet te kleine kuip of bak te maken. Halve tonnen zijn het meest populair, maar badkuipen, gootstenen, plantenbakken en diepe schalen zijn ook te gebruiken. U kunt er het best een paar mooie mini- waterlelies of lotusplanten inzetten, hoewel een schaal of gootsteen ook een miniatuur- waterlandschap kon opleveren door er een stenige oever in te maken.
Zulke ‘bakken’ kunnen een mooi plaatsje krijgen op een terras, in een patio of in een serre. Hoe groter en meer gedecoreerd de bak is, des te meer aandacht zal deze krijgen. Een meer natuurlijk geheel krijgt u door verschillende bakken fraai te groeperen.

Binnenvijvers

De meeste binnenvijvers hebben een decoratieve functie, er kunnen niet- winterharde planten en (sub)tropische vissen in gehouden worden. Als zo’n vijver zorgvuldig is ingericht, kunt u er het hele jaar door plezier van hebben.
Binnenvijvers, klassiek of natuurlijk gevormd, kunnen zowel verhoogd als halfverzonken worden uitgevoerd, zelfs met muurfonteinen, verlichting enz. Een zonnige plek is het meest geschikt. U kunt zo’n vijver ook visueel buiten voortzetten, dat staat heel fraai!